Sommige mensen hebben de neiging zich anders te gedragen bij iemand die kanker heeft, zoals overdreven hartelijk en opbeurend praten, heel plechtig doen of druk praten. Doe maar ‘gewoon’ zoals we je kennen. Simpele vragen zijn altijd goed, zoals "Het is goed je te zien" en "Hoe voel je je vandaag?”. Ze laten ons toe zelf aan te geven waarover we willen praten (zonder alle ups en downs van de voorbije weken te moeten overlopen). Als je toch meer wil weten, volg dan onze aanwijzingen. Als we bijvoorbeeld willen praten over hoe ons uiterlijk is veranderd, dan zullen we er wel zelf over beginnen. Omdat het soms moeilijk is te weten wat je beter wel of niet zegt, geven we hieronder enkele voorbeelden.
In plaats van:
- “Ik heb het met jullie te doen.” (Medelijden motiveert niet, maar werkt ontmoedigend. We willen geen voorwerp van medelijden zijn, dat geeft ons een nietig en machteloos gevoel.)
- "Als iemand deze ziekte kan verslaan, ben jij het wel.” (Ons superkrachten toekennen werkt helaas ook niet. We hebben helemaal geen controle over ons herstel. Er zijn heel veel factoren die onze overlevingskansen beïnvloeden, maar 'karakter' behoort daar niet toe.)
- "Alles gebeurt met een reden." (Neen, we hebben gewoon brute pech, en dat zullen we moeten leren aanvaarden.)
- "Wat je niet doodt, maakt je sterker.” (Dit klopt eigenlijk niet, er is helaas veel leed dat een mens niet sterker maakt.)
Zeg je beter:
- "Het spijt me dat dit jullie is overkomen. Ik wou dat jullie deze moeilijke tijd niet moesten doormaken." (Dit geeft ons het gevoel dat we nog steeds een actieve rol spelen in ons leven en geen hulpeloze slachtoffers zijn.)
- "Dit is echt rot. Ik wou dat ik een betere manier had om het te zeggen, maar ik vind de juiste woorden niet. Weet wel dat ik er altijd ben voor jullie.” (Als je je onzeker voelt, dan mag je dat zeker uiten. Vertel maar gewoon dat je niet goed weet wat te zeggen, dat breekt het ijs.)